Stand van zaken op 03/05/2026
Wat is artikel 100 van de ZIV-wet?
Artikel 100, §1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, omschrijft het criterium voor erkenning als arbeidsongeschikte. Het bepaalt dat een werknemer arbeidsongeschikt is wanneer hij alle werkzaamheid heeft onderbroken als rechtstreeks gevolg van het intreden of het verergeren van letsels of functionele stoornissen die zijn vermogen tot verdienen verminderen tot één derde of minder dan één derde van wat een persoon van dezelfde stand en met dezelfde opleiding kan verdienen, hetzij in de beroepencategorie waartoe zijn arbeid behoorde toen hij arbeidsongeschikt werd, hetzij in de verschillende beroepen die hij heeft of zou kunnen uitoefenen uit hoofde van zijn beroepsopleiding.
Het criterium is dus economisch en medisch tegelijk: niet de aard van de aandoening op zich, maar het verlies van verdienvermogen van minstens 66% bepaalt of iemand erkend wordt. De beoordeling gebeurt door de adviserend arts van het ziekenfonds tijdens de primaire arbeidsongeschiktheid (eerste jaar) en, vanaf het tweede jaar, door de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit van het RIZIV.
Artikel 100, §2 maakt het mogelijk om met toestemming van de adviserend arts een aangepaste of progressieve werkhervatting te starten zonder verlies van de erkenning.
De hervorming van de regering-De Wever (2025-2029)
Het regeerakkoord van de regering-De Wever heeft het terugdringen van langdurige arbeidsongeschiktheid tot één van de topprioriteiten gemaakt. Eind 2024 telde België meer dan 500.000 langdurig zieken, met een totale uitkeringskost van meer dan 9 miljard euro. Meer dan de helft van hen was erkend tot aan de pensioenleeftijd. De wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid voert een reeks ingrijpende wijzigingen in, waarvan de meeste in werking traden op 1 januari 2026.
Wat is er concreet veranderd sinds 1 januari 2026?
Beperking van de duur van het arbeidsongeschiktheidsattest. Elk attest van arbeidsongeschiktheid bestemd voor het ziekenfonds mag voortaan maximaal drie maanden bestrijken, ongeacht de ernst van de aandoening. Daarna kan een verlenging telkens met maximaal drie maanden worden voorgeschreven. De maatregel beoogt een meer gepersonaliseerde opvolging en versterkte begeleiding van patiënten.
Verplicht elektronisch verzenden van attesten via Mult-eMediatt. Sinds 1 januari 2026 zijn artsen verplicht om attesten van meer dan veertien dagen, alsook elke verlenging, elektronisch naar het ziekenfonds te sturen. De voorafgaande toestemming van de patiënt is daarvoor niet meer nodig. Het papieren attest blijft enkel bestaan voor afwezigheden van veertien dagen of minder en voor de werkgever.
GAOCIT-databank. Binnen het RIZIV wordt een centrale databank opgericht waarin alle medische attesten worden geregistreerd en geanalyseerd. Het doel is het opsporen van oneigenlijk voorschrijfgedrag bij artsen en oneigenlijk gebruik van de therapeutische relatie bij verzekerden. Frauderende of structureel afwijkende voorschrijvers kunnen worden geïdentificeerd en gesanctioneerd.
Maximale erkenningsduur volgens pathologie. Sinds 1 juli 2024 wordt de arbeidsongeschiktheid, afhankelijk van de ziekte, maximaal voor 1, 3 of 5 jaar toegekend. Enkel bij zeer ernstige en onomkeerbare aandoeningen (zoals dementie, verlamming of terminale kanker) blijft een permanente erkenning tot de pensioenleeftijd mogelijk. Bestaande dossiers worden stapsgewijs opnieuw beoordeeld.
Steekproefgewijze controle van bestaande invaliditeitsdossiers. Het RIZIV voert sinds eind 2024 grootschalige controles uit. Bij een eerste steekproef van 1.840 dossiers van invaliden tot pensioenleeftijd bleek dat in 27% van de gecontroleerde gevallen met een niet-automatisch rechtvaardigende pathologiecode de erkenning volledig werd stopgezet. In meer dan de helft van die gevallen werd de erkenning ingekort. Bij twintigers en dertigers met psychische problematiek werd in een kwart van de gecontroleerde dossiers de uitkering eveneens beëindigd. Nieuwe controleronden volgen elkaar op.
Verkorte termijn voor medische overmacht. De termijn van ononderbroken arbeidsongeschiktheid die vereist is om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens medische overmacht, is verkort van negen naar zes maanden. Diezelfde termijn geldt voortaan ook bij heropstart van een procedure die eerder zonder gevolg werd afgesloten.
Solidariteitsbijdrage van 30%. Werkgevers met minstens vijftig werknemers betalen een solidariteitsbijdrage van 30% op de RIZIV-uitkering tijdens de tweede en derde maand van arbeidsongeschiktheid. Dit voor werknemers tussen 18 en 54 jaar. De bijdrage kan oplopen tot ongeveer 1.700 euro per werknemer voor twee maanden. Vanaf 2027 zou de bijdrage worden uitgebreid naar de vierde en vijfde maand.
Aangepaste hervaltermijn. De termijn waarbinnen een nieuwe periode van arbeidsongeschiktheid telt als herval (en niet als nieuwe ziekteperiode) wordt verlengd van 14 dagen naar 8 weken. Pas wanneer de werknemer langer dan 8 weken effectief het werk heeft hervat, ontstaat een nieuw recht op gewaarborgd loon ten laste van de werkgever.
Strenger verzuimattest in ondernemingen. In ondernemingen met minstens vijftig werknemers mogen werknemers nog tweemaal per kalenderjaar één dag afwezig zijn zonder medisch attest, in plaats van driemaal.
Verzwaarde sancties bij non-medewerking aan re-integratie. De sanctie voor wie een vragenlijst van de terug-naar-werkcoördinator niet invult of zonder geldige reden afwezig blijft op een fysiek contact met de adviserend arts, wordt verhoogd van 2,5% naar 10% van de daguitkering.
Responsabilisering van de mutualiteiten. De financiering van de ziekenfondsen wordt in toenemende mate afhankelijk gemaakt van het succes waarmee zij langdurig zieken begeleiden naar werk. Verzekeringsinstellingen die hun wettelijke opdrachten niet correct uitvoeren, lopen een negatieve correctie op van hun variabele administratiekosten.
Wat betekent dit voor patiënten die niet meer voldoen aan de criteria?
Wanneer de adviserend arts van het ziekenfonds of de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit van het RIZIV beslist dat een patiënt niet langer voldoet aan de criteria van artikel 100, §1 ZIV-wet, dan houdt de erkenning op vanaf de in de beslissing vermelde datum. Vanaf datzelfde moment vervalt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Dit heeft ingrijpende juridische, financiële en menselijke gevolgen. In het huidige klimaat van versterkte controles wordt deze situatie steeds vaker realiteit, zelfs voor patiënten die jarenlang erkend waren en bij wie de medische toestand niet objectief is verbeterd.
Onmiddellijke gevolgen
De ziekte-uitkering wordt stopgezet vanaf de datum van de beslissing. Er is geen overgangsperiode of opzegtermijn voorzien. De patiënt staat van de ene dag op de andere zonder vervangingsinkomen, hoewel zijn medische toestand vaak ongewijzigd is.
De arbeidsovereenkomst, die geschorst was wegens arbeidsongeschiktheid, herleeft in principe. De werknemer wordt geacht het werk te kunnen hervatten in het laatst uitgeoefende beroep. Voor patiënten die feitelijk niet in staat zijn dit werk weer aan te vatten, ontstaat hierdoor een conflictsituatie tussen de medische realiteit en het juridisch statuut. De arbeidsgeneesheer kan in zo’n geval oordelen dat de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk, waarna een re-integratietraject moet worden opgestart of de arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd wegens medische overmacht (sinds 2026 al na zes maanden in plaats van negen).
De patiënt moet zich, om aanspraak te kunnen maken op een vervangingsinkomen, inschrijven als werkzoekende bij VDAB, Actiris, Forem of ADG en een aanvraag voor werkloosheidsuitkering indienen bij een uitbetalingsinstelling (vakbond of Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen). Voorwaarde is dat hij voldoet aan de toelaatbaarheids- en beschikbaarheidsvoorwaarden van de werkloosheidsverzekering, hetgeen voor langdurig zieken vaak niet evident is.
Mogelijkheden tot betwisting
De patiënt die niet akkoord gaat met de beslissing van het ziekenfonds of het RIZIV kan binnen drie maanden na de kennisgeving beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank, door middel van een gedateerd en ondertekend verzoekschrift dat aangetekend wordt verstuurd of tegen ontvangstbewijs wordt neergelegd ter griffie. De rechtbank stelt dan een gerechtsdeskundige aan die een medische expertise uitvoert. Tijdens deze procedure kan de patiënt provisionele werkloosheidsuitkeringen aanvragen wegens tijdelijke medische overmacht. Wordt het beroep gegrond verklaard, dan wordt de erkenning hersteld en stort de ziekteverzekering de uitkeringen terug aan de RVA. Wordt het beroep verworpen, dan moet de patiënt het werk hervatten of vervalt hij in werkloosheid of leefloon.
Iedere partij kan zich tijdens de gerechtelijke expertise laten bijstaan door een raadsdokter, die de medische argumenten van betrokkene namens hem of haar verdedigt op de expertisevergaderingen en in tegenexpertise.
Wanneer geen werkloosheid mogelijk is
Niet alle patiënten voldoen aan de voorwaarden voor een werkloosheidsuitkering, met name omdat zij niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt of omdat zij niet voldoen aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden (gewerkte dagen, betaalde bijdragen). In die situatie blijft als laatste vangnet enkel het OCMW over, dat na een sociaal onderzoek een leefloon of equivalent leefloon kan toekennen. Het leefloon ligt aanzienlijk lager dan een ziekte-uitkering en is afhankelijk van het inkomen van het hele gezin en van de bereidheid tot integratie.
Voor patiënten met een ernstige en blijvende beperking, maar waarvan het verdienvermogen volgens de adviserend arts niet langer onder de drempel van één derde ligt, kan een aanvraag worden ingediend bij de FOD Sociale Zekerheid voor een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming voor personen met een handicap. De beoordeling daar gebeurt volgens andere criteria dan artikel 100 ZIV-wet, en een afwijzing door het ziekenfonds vormt geen automatische erkenning bij de FOD.
Menselijke en medische impact
De praktijk leert dat de stopzetting van de erkenning vaak abrupt gebeurt, zonder voorafgaande verwittiging en zonder rekening te houden met de feitelijke onmogelijkheid van betrokkene om het werk te hervatten. Patiënten die jarenlang in invaliditeit hebben verkeerd, worden zo in een korte tijdspanne geconfronteerd met onzekerheid, financiële stress, administratieve overlast en verlies van vertrouwen in de medische en sociale instellingen. Voor mensen met een chronische pathologie of een fragiele psychische gezondheid kan dit een aanzienlijke verergering van de toestand veroorzaken, hetgeen paradoxaal genoeg de re-integratie bemoeilijkt in plaats van bevordert.
Bovendien rust de bewijslast om de blijvende ongeschiktheid aan te tonen volledig bij de patiënt. Hij of zij moet een actueel, onderbouwd en volledig medisch dossier kunnen voorleggen, met objectiveerbare onderzoeken (beeldvorming, EMG, biochemie, klinische verslagen van behandelend specialisten) waaruit blijkt dat het verdienvermogen wel degelijk verminderd is tot één derde of minder. Loutere subjectieve klachten volstaan niet, hoe ernstig die ook worden ervaren. Het is daarom raadzaam dat de patiënt, zodra een eerste signaal van mogelijke stopzetting wordt gegeven (oproep voor klinisch onderzoek bij de adviserend arts, vragenlijst van de terug-naar-werkcoördinator, brief over de beoordeling van het verdienvermogen), zijn medisch dossier laat actualiseren door zijn behandelende artsen en zich laat bijstaan door een raadsdokter.
Praktische aanbevelingen aan de patiënt
Een patiënt die geconfronteerd wordt met een (dreigende) stopzetting van de erkenning, kan best onmiddellijk volgende stappen ondernemen. Eerst en vooral het bijeenbrengen van een actueel medisch dossier, met recente verslagen van alle behandelende specialisten, beeldvorming, technische onderzoeken en een geactualiseerd attest van de huisarts. Vervolgens contact opnemen met een raadsdokter gespecialiseerd in verzekeringsgeneeskunde, die het dossier kan beoordelen, kan adviseren over de slaagkansen van een beroep en, indien nodig, kan optreden tijdens de gerechtelijke expertise. Daarnaast tijdig (binnen drie maanden) een verzoekschrift indienen bij de arbeidsrechtbank wanneer betwisting opportuun is, om geen rechten te verliezen. In afwachting van de uitspraak een aanvraag voor provisionele werkloosheidsuitkeringen indienen of, bij gebrek daaraan, contact opnemen met het OCMW. Tot slot eventueel parallel een aanvraag indienen bij de FOD Sociale Zekerheid wanneer de medische toestand een tegemoetkoming voor personen met een handicap rechtvaardigt.
Besluit
De hervorming van de regering-De Wever heeft het toepassingskader van artikel 100 ZIV-wet aanzienlijk verstrengd. De wettelijke definitie van arbeidsongeschiktheid is niet veranderd, maar de manier waarop zij wordt beoordeeld, gecontroleerd en hertoetst is dat wel: kortere attesten, systematische herbeoordeling, gedigitaliseerde opvolging via GAOCIT, financiële responsabilisering van werkgevers en mutualiteiten, en versterkte sancties bij gebrek aan medewerking. Voor patiënten betekent dit dat een erkenning eens verkregen, geen verworven recht meer is, maar een dynamisch statuut dat voortdurend bewezen moet worden.
Voor wie niet meer voldoet aan de criteria, of bij wie het ziekenfonds oordeelt dat dit niet langer het geval is, ontstaat onmiddellijk een precaire situatie waarin het vervangingsinkomen wegvalt en de patiënt terugvalt op werkloosheid, leefloon of een tegemoetkoming voor personen met een handicap, mits aan de specifieke voorwaarden daarvan is voldaan. De juridische beroepsmogelijkheid bij de arbeidsrechtbank blijft de meest doeltreffende bescherming, op voorwaarde dat het medisch dossier overtuigend is en de patiënt zich correct laat bijstaan.
Het is in deze context dat de rol van de raadsdokter, die het medisch dossier kritisch evalueert, de patiënt vertegenwoordigt op de gerechtelijke expertise en de medische argumenten verdedigt tegenover de adviserend arts of de gerechtsdeskundige, belangrijker is dan ooit.
Bronnen geraadpleegd op 03/05/2026:
- RIZIV (riziv.fgov.be) – Arbeidsongeschiktheid voor werknemers en werklozen; Aangifte en erkenning; Einde van uw arbeidsongeschiktheid.
- FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (werk.belgie.be) – Nieuwe regels inzake arbeidsongeschiktheid; Gedeeltelijke werkhervatting.
- Wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid (B.S.).
- Domus Medica – Arbeidsongeschiktheid: vanaf 1 januari 2026 twee nieuwe maatregelen (27/11/2025).
- VRT NWS – Steekproeven RIZIV langdurig zieken (01/10/2025); 300.000 langdurig zieken met uitkering tot pensioen (11/03/2025).
- Liantis, SD Worx, Securex, Moore Law, Accuria, ABVV-FGTB – Sectorale toelichtingen bij de hervorming 2026.
